Terug naar
Achtergrond 04 augustus 2017

MN wil vermogen beheren van meer fondsen in eigen sector

In een interview met PensioenPro legt Chief Investment Officer Gerald Cartigny uit dat MN opnieuw de markt voor vermogensbeheer op gaat, met een aanbod voor fondsen uit de maakindustrie en maritieme sector.

MN koos in 2014 voor focus op de grote pensioenfondsklanten en aandeelhouders, PMT, PME en Koopvaardij. De afgelopen jaren was de derde uitvoerder van Nederland niet actief op zoek naar klanten voor vermogensbeheer: de laatste nieuwe Nederlandse klant dateert van acht jaar geleden. Ook expansieplannen in het Verenigd Koninkrijk werden in 2014 beëindigd. Maar na een reorganisatie en bezinning op de strategie zet MN de deur nadrukkelijk open voor vermogensbeheerklanten – maar alleen in de eigen sector, de maakindustrie. Chief Investment Officer Gerald Cartigny licht toe.


Waarom nu toch weer graag klanten erbij? Was het idee niet om te focussen op PMT, PME en Koopvaardij?

‘We hebben, samen met opdrachtgevers, nagedacht over de rol van MN in de industrie. Wij willen een rol spelen bij de consolidatie in deze sector. Die is behoorlijk gefragmenteerd, vergeleken met twee andere grote blokken, zorg en overheid. Consolidatie kan verlopen door aansluiting bij PME, PMT of Koopvaardij. Dat zien onze opdrachtgevers ook het liefst. Maar er zullen altijd opf’en en bpf’en zijn, die dat niet willen. Aan hen kunnen we vermogensbeheer aanbieden bij MN. We hebben inmiddels een ronde langs consultants gemaakt, om duidelijk te maken dat wij ook beschikbaar zijn. Die waren positief dat er een onderscheidende speler bij is in de markt.’


In hoeverre is er sprake van ‘consolidatie in de sector’, als een aantal fondsen klant bij u wordt? Als tien fondsen klant zijn bij dezelfde uitvoerder, is dat geen consolidatie.

‘In ons geval wel, omdat het doel is schaalvoordeel te behalen en dat vervolgens transparant toe te delen. De schaalvoordelen gaan niet naar meer winst, maar komen terecht bij de hele sector. Wat betreft de kosten betekent dit concreet, dat we werken met een transparante tariefstaffel. Maar schaalvoordelen zitten ook in betere vertegenwoordiging in Brussel en Den Haag, en in verdere uitrol van verantwoord beleggen.’


En potentiële toetreders moeten uit de sector industrie komen?

‘Ja: maakindustrie en maritiem. Het doel is immers de sector te helpen. Verder moet het fonds dezelfde beliefs hebben als wij – het is geen u-vraagt-wij-draaien. Zo halen we de schaalvoordelen.’


Wat houden die beliefs in en welke beperkingen legt u dan op?

‘We richten ons op het outperformen van de verplichtingen – dus niet de index – en dat gaat tailor made. Het is een integrale benadering, waarbij we veel tijd steken in het opstellen van een beleggingsstrategie voor het fonds. Daarop maken we producten die daarop zijn afgestemd. We hebben echter geen producten op het schap liggen voor elke wens. Dus een fonds kan niet zomaar zeggen ‘geef ons Amerikaanse smallcaps’. Ze kunnen evenmin zelf hun vermogensbeheerder selecteren. Dat soort implementatie-aspecten kunnen wij echt beter, met een focus op snel, efficiënt, goedkoop en transparant. Fondsen zullen ook onze nadruk op maatschappelijk verantwoord beleggen moeten delen.’


Is het niet vreemd dat u uitbreidt, terwijl u net een andere markt de rug hebt toegekeerd, namelijk Engeland?

‘Het beheerd vermogen in de UK was €3,5 mrd. Dat was relatief weinig, in Nederland zijn meer mogelijkheden om te groeien. De Britse markt is bovendien heel anders dan de Nederlandse. We moesten daarom veel differentiëren en investeren, zodat schaalvoordeel moeilijk te halen was.’


Zijn er nog andere reden voor de groei-wens?

‘Eentje is dat we als vermogensbeheerder scherp willen blijven. Dat kan door een multi-clientaanbieder te zijn. Een andere is dat omvang ook weer allerlei mogelijkheden biedt. Als grote belegger kunnen we interessante dingen doen. Beleggingen in illiquide categorieën waar je veel schaal bij nodig hebt – als de opdrachtgevers dat willen. We kunnen bij groei mogelijk meer intern beleggen – op dit moment beheert MN 50% van de beleggingen intern, terwijl het bij APG en PGGM rond de 70% is. Als je groot bent, heb je meer lobbykracht. Er gaan deuren voor je open bij bedrijven, in Den Haag en Brussel. We zijn al actief met lobby en publiek debat, maar willen daarmee nog meer naar buiten treden. Dit alles biedt kansen voor ons en de opdrachtgevers. En het maakt ons een interessant bedrijf om bij te werken, wat ook belangrijk is om goede mensen te kunnen blijven trekken.’


Hoe groot kunt u worden?

‘We beheren nu ongeveer €125 mrd. Er is ongeveer €60 à €70 mrd aan vermogen bij enkele tientallen opf’en en bpf’en, die vallen binnen onze definitie van de sector, en die nog geen klant zijn bij MN. Dus dat zou een theoretische grens zijn. Maar de kop van dit artikel moet niet worden: MN wil naar €200 mrd. We zijn niet target-gedreven, het belang van onze deelnemers staat voorop.’


Hoe kijkt u nu naar administratie, wordt daar nog uitgebreid?

‘Op gebied van pensioenadministratie blijft MN zich richten op de huidige drie klanten: PMT, PME en Koopvaardij. We denken dat administratie minder goed schaalbaar is, door alle verschillen in regelingen bij fondsen. Op gebied van vermogensbeheer hebben we een organisatie die goed staat. We hebben gereorganiseerd, geïnvesteerd in pakketten, we werken met minder mensen. We kunnen hier makkelijker meer vermogen beheren met weinig extra resources.’


MN leed dit jaar flinke verliezen op uitvoering. Is dit een manier om de verliezen goed te maken?

‘Die verliezen waren door incidentele factoren en gerelateerd aan pensioenbeheer. Dit is ook niet bedoeld om dat goed te maken. Zoals gezegd: we willen helpen bij consolidatie en schaalvoordelen behalen voor de deelnemers.’