Terug naar
Visie 11 december 2017

Wereldeconomie geneest

De Britse historicus Niall Ferguson sprak de woorden ‘There is no such thing as the future. There are only futures, plural’. MN deelt dit inzicht en werkt daarom nadrukkelijk met verschillende scenario’s om de mondiale economische toekomst in kaart te brengen.

De scenario’s vormen belangrijke input voor het beleggingsproces, dat start vanuit de strategische doelstelling. De scenario-analyse is er dus niet op gericht om de toekomst te voorspellen of om tactische positie in te nemen op (binaire) events. Het doel is de portefeuille door de cyclus heen robuuster te maken voor de (staart)risicoscenario’s, om de kans te verhogen dat de strategische doelstelling wordt behaald. De scenario's zijn daarbij een uitstekend middel om de portefeuilles van onze opdrachtgevers te stresstesten. Bovendien helpen ze in de zoektocht naar nieuwe beleggingsmogelijkheden.

Een scenarioanalyse van de mogelijke toekomstpaden voor de mondiale economie kan in dit tijdsgewricht niet plaatsvinden zonder de diepe financiële crisis van 2008-2009 als startpunt te nemen. De crisis sloeg enorme kraters in ontwikkelde economieën, resulterend in grootschalige werkloosheid en overcapaciteit. Dit veroorzaakte sterk deflatoire krachten, waartegen centrale banken ongekende instrumenten inzetten.

Sluitende gaps
Mede door het ingrijpen van centrale banken werd een langgerekt genezingsproces in gang gezet. De economische groei lag beduidend lager dan voor de crisis, maar was hoog genoeg om geleidelijk de enorme werkloosheid en overcapaciteit weg te werken. Nu – 8 jaar later - zijn grote stappen gemaakt in het dichten van deze ‘gaps’ en is het definitief sluiten ervan binnen handbereik. De werkloosheid in diverse grote ontwikkelde economieën is inmiddels gedaald naar niveaus die met volledige werkgelegenheid corresponderen. En de officieel door het IMF gemeten ‘output gaps’ laten nu een nog maar beperkte overcapaciteit zien.
 


Volgens deze maatstaven zijn de grote ontwikkelde economieën inmiddels grotendeels genormaliseerd. Dit is van meer dan slechts symbolische betekenis. Zij zijn daarmee beland op een belangrijk kruispunt. Als steeds meer economieën weer op volledige capaciteitsbezetting opereren, zou theoretisch weer een meer normale economische dynamiek moeten terugkeren, waarin ook de inflatie normaliseert en centrale banken hun crisisbeleid kunnen afbouwen.


Daar zijn ook zeker signalen van. Zo is in 2017 sprake van een mondiaal synchrone toename van de groei. Voor het eerst sinds 2011 laten alle regio’s – ontwikkeld en opkomend – positief momentum zien. Voor het eerst ook laten nu de bedrijfsinvesteringen en de mondiale handel weer tekenen van leven zien. Na een wereldgroei van net boven 3% in 2016 lijkt deze in 2017 eerder richting 4% uit te komen.


Lager voor langer?
Is met het aansterkend herstel wederom sprake van een vals ochtendgloren? Dat is niet uitgesloten. Diverse economen schrijven de groeispurt van 2017 bijvoorbeeld toe aan de stabilisering van de olieprijzen, na hun eens-in-een-generatie-crash. Wanneer dit eenmalige effect raakt uitgewerkt, zien zij de economische groei weer terugvallen naar een lagere onderliggende trend. Zo waarschuwt ook de OECD in haar laatste outlook voor te veel optimisme en nu spoedig piekende groei. De inflatie komt dan niet van de grond en centrale banken moeten de afbouw van hun crisisbeleid staken. In het risicoscenario 'lager voor langer' wordt met deze gang van zaken gerekend, resulterend in blijvend zeer lage rentes en tegenvallende winstgroei. Dekkingsgraden laten dan niet de benodigde verbetering zien.  

Centrale bank exit?
Maar ook wanneer het economische herstel aanhoudt, zijn daar risico’s aan verbonden. Centrale banken zullen dan waarschijnlijk additionele stappen zetten om hun crisisbeleid af te bouwen, om te voorkomen dat in de toekomst de inflatie te snel oploopt. En daar waar de opbouw van het ongekende crisisbeleid met onzekerheid gepaard ging, is voor de afbouw ervan eveneens geen historische blauwdruk voorhanden. In een wereld met nog hoge schulden is de kans op een 'centrale bank exit ongeluk'  niet te verwaarlozen. In dit scenario vallen dekkingsgraden zelfs fors terug.

Centraal element in het risicoscenariobeleid is de risicomatrix. Hierin worden de belangrijkste mondiale risico’s beoordeeld op kans en mogelijke impact op de portefeuille. Wanneer een risico opschuift naar de oranje zone, wordt een impactanalyse uitgevoerd en een plan van actie opgesteld gericht op beheersing van risico en mogelijke beschermingsconstructies. Ook wordt de monitoring extra aangescherpt. Het risicoscenariobeleid is er op gericht om ruim vóór het optreden van een eventuele schok (de rode zone) te kunnen handelen. Zo beoogt het risicoscenariobeleid de portefeuille robuuster te maken voor de risicoscenario’s en de kans te verhogen dat de strategische doelstelling wordt behaald.


Basisscenario: langzame genezing
Ondanks deze en diverse andere (politieke) risico’s die we nauwgezet monitoren in onze risicomatrix, houdt in het MN basisscenario de komende jaren de genezing van de wereldeconomie aan. Verder verkrappende arbeidsmarkten zien we tot geleidelijk aantrekkende loonstijgingen leiden, waarmee de economische expansie een toenemend zichzelf voedend karakter krijgt, centrale banken hun crisisbeleid verder kunnen afbouwen en langetermijnrentes geleidelijk stijgen.

Hoewel daarmee ondersteuning van de centrale bank voor returnactiva markten enigszins afneemt, dragen aantrekkende bedrijfswinsten bij aan een blijvend ondersteunende omgeving. Dit basisscenario 'langzame genezing en centrale bank normalisatie' leidt per saldo tot aanhoudende dekkingsgraadverbetering op een meerjarige horizon.