Terug naar MN home
René van de Kieft Voorzitter Raad van Bestuur
rene.van.de.kieft@mn.nl

'Duurzaam beleggingsrendement niet mogelijk in een ongezonde wereld'

René van de Kieft sprak eind oktober tijdens de ‘UNEP-FI European Regional Round Table’ in Genève over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van investeerders om de klimaatverandering tegen te gaan. UNEP-FI staat voor United Nations Environment Programme – Finance Initiative. In dit programma werken de Verenigde Naties samen met de financiële sector om sustainable finance op de kaart te zetten. Meer dan 200 financiële instellingen, waaronder banken, verzekeraars en institutionele investeerders, werken al geruime tijd met UNEP samen om de invloed van klimaatvraagstukken op de financiële sector helder te krijgen, wat de risico’s zijn én de kansen.

De volledige speech:

Dames en heren, beste collega’s,

Allereerst, gefeliciteerd met het 25-jarig bestaan van UNEP-FI! Het is een eer om hier vandaag bij deze speciale gelegenheid te mogen spreken.


MN werkt nauw en productief samen met UNEP-FI, vooral als lid van de Portfolio Decarbonisation Coalition. Daar hebben wij kunnen laten zien hoe wij onze beleggings- en engagement-activiteiten systematisch aan het afstemmen zijn op de eisen van een koolstofarme economie. Voor ons levert deze samenwerking concrete meerwaarde op: toegang tot topspecialisten op het gebied van langetermijnbeleggen, een waardevol contextueel perspectief op beleidsontwikkelingen en een platform om onze eigen ideeën en aanpak te delen. Het is een genoegen en een voorrecht om deel uit te maken van de UNEP-FI-gemeenschap.


Maar nu ter zake. Waarom sta ik hier? Wat doet de CEO van een Nederlandse pensioenvermogensbeheerder als spreker voor zo’n eminent internationaal gezelschap? Zou hij niet beter thuis de rendementen en dekkingsgraad in de gaten moeten houden, hoor ik u denken?


Inderdaad, de primaire taak van MN – en dus ook van mij – is om te zorgen dat de pensioenen van onze deelnemers worden uitbetaald. En dat is precies waarom ik hier ben. Als beleggers stellen wij het genereren van rendement voor onze klanten centraal. En bij MN zijn wij ervan overtuigd dat een duurzaam beleggingsrendement niet mogelijk is in een ongezonde wereld. Bij MN zijn wij ‘universal owners’ in die zin dat wij van bijna alles een klein beetje bezitten – zeker als het gaat om internationale beursgenoteerde aandelen. De aard van ons bedrijf brengt langlopende verplichtingen met zich mee. Dit betekent dat wij sterk gediversifieerde langetermijnbeleggers zijn.


Ik hoop dat u mij even een gedachte-experimentje toestaat:


Ook als u zich persoonlijk wellicht niet laat leiden door het wetenschappelijke onderzoek – beleidsmakers en financiële toezichthouders doen dat wel. Vorige week publiceerde De Nederlandsche Bank haar tweede verkenning van klimaatrisico’s voor de financiële sector. De conclusie: “Financiële instellingen moeten in toenemende mate rekening houden met de risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering en de overgang naar een klimaatneutrale economie.” Klimaatrisico’s zullen in het Nederlandse toezichtkader worden verankerd. Momenteel wordt er ook een stresstest ontwikkeld. Bij de Britse en Franse toezichthouders zien we een vergelijkbare ontwikkeling. En ook de High Level Expert Group (HLEG) on Sustainable Finance van de Europese Commissie komt met aanbevelingen voor het Europese financieel-economische beleid. Op internationaal niveau heeft de Financial Stability Board, op basis van de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosure (TCFD), een vrijwillig rapportagekader voor klimaatrisico’s geïntroduceerd.


Verandering kan niet uitblijven. De transitie moet er komen.
Waar het om gaat, is dat klimaatrisico’s zich hoe dan ook zullen voordoen, bij ieder scenario. De transitierisico’s – die samenhangen met de overgang naar een CO2-neutrale economie – zijn kleiner, zeker als we snel met de transitie beginnen, zodat deze zich relatief soepel kan voltrekken. Bovendien zijn ze per definitie niet van permanente aard. Door mee te werken aan een ordelijke transitie naar een economie die aansluit bij de klimaatdoelen van Parijs, maken wij als beleggers dus de meeste kans om neerwaartse risico’s te minimaliseren en het opwaartse winstpotentieel te maximaliseren. Elk ander scenario’ is financieel onaantrekkelijk en ongunstig voor het rendement van onze klanten. Eerlijk gezegd, vind ik het onze fiduciaire plicht om er alles aan te doen om de economie op een 2-gradenkoers te houden. Daarom heeft MN onlangs de verklaring Fiduciary duty in the 21st century ondertekend – een belangrijk initiatief van de UNPRI, Generation Foundation en UNEP-FI. Maar MN kan het niet alléén. Als financiële sector moeten we samen optrekken, wereldwijd. En dat, beste collega’s, is waarom ik hier voor u sta en niet op kantoor zit in Den Haag.


Natuurlijk gebeurt er al heel veel. Velen van u hebben al CO2-reductiedoelstellingen, publiceren de CO2-voetafdruk van aandelenportefeuilles, huren bedrijven en externe managers in, overleggen met maatschappelijke organisaties en wisselen ideeën uit op internationale bijeenkomsten zoals deze. Wij zijn er trots op dat MN, namens haar klanten, dit soort dingen ook doet.


Toch heb ik de indruk dat traditionele beleggers, inclusief MN, nog maar net zijn begonnen. We hebben 25 tot 30 jaar voor de hele transitie, en vooral voor CAPEX-intensieve sectoren zoals vervoer, energie en chemie is dat echt maar heel kort. De investeringen van nu blijven tientallen jaren in stand, dus de komende jaren zullen doorslaggevend zijn. Als financiële wereld moeten we een tandje bijschakelen. Gezien de financiële belangen die voor ons op het spel staan, ben ik van mening dat we nog te weinig hebben gedaan om verandering teweeg te brengen en te faciliteren.


Om het in de toekomst beter te doen, zou ik bij beleggers willen aandringen op het volgende:

Maar hoe serieus we ook te werk gaan als beleggers, we kunnen het niet alléén. Voor een vlotte transitie zal ook de reële economie moeten veranderen. Alle spelers in de beleggingsketen zullen hun bijdrage moeten leveren.


MN vraagt van haar partners het volgende:


Door hier gezamenlijk op in te zetten, kunnen wij deze transitieagenda tot de motor voor groei en werkgelegenheid maken die hij feitelijk is. Daar zullen weer allerlei nieuwe bedrijven en deskundigen voor nodig zijn. In Nederland verwachten wij de komende jaren heel veel vacatures op het gebied van het ontwikkelen, bouwen en installeren van nieuwe, schone infrastructuur ten behoeve van vervoer, vastgoed en energie. Sommige bedrijfstakken zullen misschien inderdaad niet meer binnen een 2-gradenscenario passen. Het is essentieel om daar een sociaal-inclusieve oplossingen voor te vinden.

Ik heb het veel over klimaatverandering gehad. Maar de duurzame-ontwikkelingsagenda is natuurlijk breder. Daarom zijn wij ook zo trots dat een van onze klanten, pensioenfonds PME, heeft beloofd om 10% van een totaal belegd vermogen van 45 miljard in overeenstemming te brengen met de Sustainable Development Goals van de VN. Dat is geen eenvoudige opgave, want in deze bedrijfstak is er ook zeker veel weerstand, met daardoor druk op bestuurders en commissarissen van onder andere pensioenfondsen. In een omgeving van publieke pensioenen is die stap veel gemakkelijker.


Relatief gezien, liggen beleggers misschien licht vóór wat betreft de aanpak van klimaatverandering. Mijn wens en ambitie is dat waardevolle nieuwe kennis en ervaringen op dit terrein snel worden vertaald naar de bredere duurzame-ontwikkelingsagenda.


Uit een recente peiling, eveneens door De Nederlandsche Bank, blijkt dat 68% van de respondenten het belangrijk vindt dat hun pensioenspaarpot en spaargeld wordt belegd op een manier die bijdraagt aan een duurzame samenleving. Denk aan het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering en sociale ongelijkheid. Als we hierop inzetten, voldoen we aan de wensen van onze pensioengerechtigden én beschermen we hun financiële belangen. Wat moet ik daar nog aan toevoegen?


Aan de slag dus, met zijn allen!